MOTORMEIDENWEEKEND 2008

Paul vroeg: "Wil jij nog een stukje schrijven over het motormeidenweekend? Voor op de site." Ik aarzelde en zei nog even niks terug."Het is natuurlijk wel een visitekaartje van onze club, hè", ging hij door. Daar kon ik hem natuurlijk geen ongelijk in geven. Maar weinig motorclubs hebben op structurele basis zo'n weekend waarin alleen de dames op pad gaan. De herinneringen doken op alsof het gisteren was. Ik zag weer voor me hoe Ina van tevoren naar mij toe kwam. Zij zou meerijden op mijn CB en ik op de Thundercat. Auto vol met motorkleren, dus eerst omkleden. Toen op de motor. Ina de eerste meters nog wat onwennig, maar al gauw ging het weer als vanouds! Prachtig weer.

Bij het clubgebouw aangekomen eerst een nieuw lampje gehaald voor mijn remlicht. Heeft Henk zich nog actief mee bemoeid. Toen vertrekken. Met zon. Lekker warm. Tot aan Volendam. Reden we zo de bewolking tegemoet. Die heeft ons de rest van de dag vergezeld. Ik reed voorop. Vind ik leuk. Geweldig gezicht, die sliert koplampen in je spiegel. Hoe stoer zijn wij dan!? Op een schaal van 0 tot 10 scoren we minstens een 9. Claudia was hekkensluiter, met Conny achterop.

Via Amsterdam richting Vinkeveense Plassen. Koffie drinken aan het water. Over lange, doorgaande wegen met heerlijk zoevend asfalt richting Dordrecht. Eerst lunchen in restaurant Lekzicht. Weet je wat grappig was? Toen wij aankwamen stond er een lange file te wachten voor de pont en wij reden er stoïcijns voorbij. Al die mensen keken kwaad en dachten dat we verschrikkelijk gingen voordringen. Hahahaha.

Tegen de tijd dat wij uitgegeten waren, was de wachtrij opgelost en konden wij zo met het pontje mee. Over leuk dijkje (waarom al die drempels....!) naar Groot-Ammers. Ging Coby nog een bepaalde vinger opsteken naar een heel asociale medeweggebruiker, die vervolgens een lege chipszak naar ons ging gooien. Over brug, hup rechtsaf (ik vloog er al haast voorbij!) naar de Stayokay in de Hollandse Biesbosch.

Snel omkleden, want we hadden kano's gereserveerd. Drie kano's lagen er voor ons klaar. We kregen een soort van kaart mee die moest voorkomen dat we hopeloos verdwaalden.
Ik wou bevers zien. Of in ieder geval sporen van die beesten. We zagen wel riet (van heel dichtbij...!) en veel mannetjes die zaten te vissen( vrouwen zie je dit bijna nooit doen!) en die begonnen ook kwaad naar ons te kijken. We deden helemaal niks! Misschien een beetje babbelen. En misschien een beetje luid. Maar verder heel braaf geweest. En een beetje water gespetterd. Bedoeld en onbedoeld. O ja, en die kaart leidde ertoe dat wij ineens met die kano op de Merwede terecht kwamen! Daar varen echt héél grote boten rond, hoor. Is niet fijn. Gingen we maar terug. Weer langs die boze mannetjes. Die moesten niet lachen. Wij wel. En dat van die bevers die er moesten zitten, ik heb er niets van gemerkt.

In het hostel weer omkleden voor de a. wandeltocht naar b. restaurant "the Wok of Fame". 3 kilometer stevig stappen was het naar een heel groot restaurant. Wel eens gewokt? Is grappig. Je kunt zelf je maaltijd samenstellen, met gewenste saus (mild, zoet, gekruid, heet, wat je maar wilt) en er was een grote keuze aan bijgerechten. Heerlijk fruit en ijs en slagroom. Terug konden ze ons rollen (dan is 3 kilometer best ver, hoor).

's Avonds nog even buiten gezeten op de steiger van het hostel. Maar toen het kil werd gingen we naar binnen. Nog een afzakkertje en toen naar bed. Altijd ben ik jaloers op die mensen die in bed stappen en dan zo heerlijk liggen te slapen. Mij lukt dat niet, hoor. Ik waak. Ga met mij mee en je hoeft niet bang te zijn dat iemand ongezien wat meeneemt of zo, want ik ben toch wel wakker.

Natuurlijk stond er de volgende dag een ontbijtbuffet klaar. Met eitje. De zon scheen volop en leek alles goed te willen maken van gisteren. De temperatuur liep al snel behoorlijk op. Shirt begon al wat te plakken. Bijna konden we rijden, de verkoelende wind in. Marjan was ineens haar sleutel kwijt. Dan start je motor moeilijk. Allemaal zoeken, het zweet breekt je uit op zo'n moment, waar kon dat ding gebleven zijn!? Natuurlijk dook-ie plotseling weer op, dat doen sleuteltjes graag.
Vertrekken maar…. Niet.

Daniëlles motor zweeg luid en duidelijk. Doortastend riep Claudia: "We duwen hem wel aan!" Gelukkig was er naast het hostel een pad dat iets afliep! Want voor je al die 750 cc-tjes aan de praat hebt....! Maar goed, luid ploffend keerde de Vulcan weer terug en wij sprongen dankbaar op de motor. Heerlijk, rijwind! Eerst tanken. Dat was vlakbij. Voor de Kawa misschien iets té dichtbij, want hij wou weer niet. Maar nu waren wij ervaren en binnen een tijd van ja en nee liep-ie weer.

En wat is motorrijden dan toch een feest. Ik zat te genieten. Van de machine, van het weer, van alles wat ik om me heen zag (Claudia en ik hadden de hele rit vrijdags ook al gereden en daardoor had ik waarachtig wat tijd om om me heen te kijken. Meestal zie ik alleen maar asfalt). Mooie brede wegen, fijne rotondes, het ging als vanzelf. Daar was het pontje naar Amerongen. We moesten de motoren afzetten. Toen ik, aan de overkant, het bekende geluid van de Vulcan hoorde, was ik toch opgelucht. We gingen Amerongen in, even goed opletten met hier links, daar rechts, weggetje van rechts (heeft iedereen dat in de gaten?), klinkerstraatjes, hoe was hier ook weer, en ineens waren we nog maar met z'n tweeën, Coby en ik. Even wachten dan maar. Maar er kwam niks. Teruggereden. Ik zag mensen en motoren langs de kant van de weg staan. Deze keer had de Vulcan definitief de pijp aan Maarten gegeven. Daniëlle belde de wegenwacht en wij zochten een terrasje op. Het werd hoe langer hoe heter, zelfs in de schaduw. Vele motoren kwamen voorbij in vele stijlen. Toen de ANWB kwam, luidde het vonnis: dynamo stuk, laadt niet meer bij. Dus: motor op auto, Daniëlle op CB, bij Ina en rijden maar weer.

We zagen Leersum en Zeist, Baarn en Soestdijk (even zwaaien naar het paleis), Huis ter Heide en Eemnes. Bij de "koeienrotonde" rechtdoor en.....waar was de rest?! Enkel ik was er! Had ik zo hard gereden? En ik had me zo voorgenomen dat niet te doen! Hadden ze de verkeerde afslag richting A7 gepakt en vlogen ze nu misschien met een noodgang richting Utrecht!? Waar was iedereen?!
Aarzelend reed ik terug. Niemand te zien.... of toch? In de verte ontwaarde ik het fluorescerende geel van de EMC. Dat moest Conny zijn. Daar stond ook Claudia. Nog een beetje bij te komen. Was er een fietser geweest die eerst een aantal motoren voorbij had laten gaan, kennelijk niet langer wilde wachten en plompverloren overstak, even over het hoofd ziend dat er nóg een motor aankwam. Wij gaan er helemaal vanuit dat, dank zij Claudia's stuurmanskunst en de ultieme samenwerking met Conny, het bij de schrik is gebleven.

Toen we weer verzameld waren gingen we de A7 op richting Almere en Lelystad. Op de Praambult stopten we. Dat is een uitkijkpunt. Kun je longhorns zien (van die koeien met lange horens). Of hertjes of wilde paarden. Er stond een man met een verrekijker. Die stond er al vanaf 10 uur omdat hij een buizerd wilde spotten (was het een buizerd? ik weet het niet precies meer...)
Vanaf de Praambult reden we naar huis. Naar het clubgebouw. Buiten in de schaduw van een boom dronken we nog een frisje. En toen zat het motormeidenweekend er weer op.

Als laatste reed ik weg. Met een grijns van oor tot oor. Heb op de Esdoornlaan nog één keer het gas erop gezet en zo hard mogelijk de eerste rotonde gepakt...

Volgend jaar gaan we maar weer, denk ik.

Nou Paul, zo terugdenkende is het toch een heel verhaal geworden, hè......

Groeten van Manette.